ECLI:NL:CBB:2021:64
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing generieke korting fosfaatrechten bij verpachting landbouwgrond niet onrechtmatig
Appellante, een melkveebedrijf, had een deel van haar landbouwgrond verpacht aan een eenmanszaak van een van haar maten en deze grond niet opgegeven in haar gecombineerde opgave 2015. Verweerder stelde daarom de fosfaatruimte vast zonder deze grond mee te rekenen en paste een generieke korting toe op de fosfaatrechten. Appellante voerde aan dat zij feitelijk wel over de grond beschikte en dat de korting een individuele en buitensporige last opleverde.
Het College oordeelt dat de verpachte grond niet tot het bedrijf van appellante behoort omdat zij geen feitelijke beschikkingsmacht had, zoals het kunnen afstemmen van teelt- en bemestingsplannen. De keuze voor verpachting was bewust gemaakt om nadelige gevolgen van het stelsel Verantwoorde groei melkveehouderij te voorkomen. De generieke korting is daarom terecht toegepast.
Verder is geen sprake van een individuele en buitensporige last. Het College benadrukt dat ondernemersbeslissingen risico’s met zich meebrengen en dat het fosfaatrechtenstelsel voor niet-grondgebonden bedrijven een generieke korting voorschrijft. De tijdelijke aard van de verpachting en het niet kunnen kiezen van een andere peildatum rechtvaardigen geen uitzondering. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de toepassing van de generieke korting op haar fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.