ECLI:NL:CRVB:2013:2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaren wegens termijnoverschrijding bij bijstandsintrekking
Betrokkene ontving vanaf 1997 bijstand op grond van de WWB. Appellant beëindigde deze bijstand met terugwerkende kracht vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Betrokkene diende een bezwaarschrift in zonder gronden, waarna appellant een termijn stelde om deze alsnog aan te vullen. De gronden werden te laat ingediend zonder verzoek om uitstel.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en het ontbreken van een belangenafweging. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad oordeelde dat appellant terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat de gronden niet tijdig werden ingediend en er geen verschoonbare redenen waren voor de overschrijding.
De Raad benadrukte dat een strikte termijntoepassing gerechtvaardigd is om een goed verloop van de procedure te waarborgen, ook bij ingrijpende besluiten. De eerdere vernietiging van het besluit en de daaropvolgende nieuwe besluiten werden vernietigd, en de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de bezwaarschriftengronden.