ECLI:NL:CBB:2022:114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Invordering dwangsom wegens aanbieden taxivervoer zonder vergunning op Amsterdamse opstapmarkt
Appellant bood op 8 januari 2020 taxivervoer aan op de Amsterdamse opstapmarkt zonder geldige vergunning, wat werd vastgesteld door een toezichthouder. Verweerder legde een last onder dwangsom op en vorderde deze in nadat appellant niet betaalde. Appellant betwistte de constatering en voerde aan dat hij niet als taxi herkenbaar was en dat hij wachtte op een klant.
Het College oordeelt dat het rapport van bevindingen, ondanks een foutieve vermelding over het daklicht, voldoende betrouwbaar is. De aanwezigheid van blauwe kentekenplaten en een blanco daklicht maakt de auto als taxi herkenbaar. Het College volgt de uitleg dat stilstaan op een illegale opstapplaats zonder een bestelde rit aannemelijk maakt dat er taxivervoer wordt aangeboden.
Appellant vroeg om matiging van de dwangsom vanwege zijn financiële situatie, maar leverde onvoldoende bewijs om aan te tonen dat hij niet in staat is te betalen. Het College benadrukt het belang van handhaving en de noodzaak van invordering van dwangsommen, tenzij in bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wegens het aanbieden van taxivervoer zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.