Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 augustus 2022 in de zaak tussen
[naam 1] V.O.F., te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 30 november 2020 heeft appellante een verzoek om vaststelling van de tegemoetkoming ingediend.
Standpunten van partijen
Oordeel van het College
€ 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Verder moet verweerder de door [naam 2] gemaakte reiskosten en verletkosten voor het bijwonen van de zitting vergoeden. De reiskosten bedragen € 41,42. De vergoeding voor verletkosten stelt het College vast op € 42,- (6 x € 7,-). Daarbij wordt het laagste tarief gehanteerd (zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Bpb) omdat appellante de verletkosten niet heeft gespecificeerd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit, stelt de op grond van de TLTO aan appellante verleende tegemoetkoming vast op € 77.430,38 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan appellante te vergoeden;
€ 1.601,42.