ECLI:NL:CBB:2023:194
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens vangletsel bij kuikens door onzorgvuldige vangpraktijk
Het geschil betreft een boete van €1.500,- opgelegd aan een pluimveebedrijf omdat het niet zorgde voor naleving van dierenwelzijnsvoorschriften bij het vangen van kuikens, wat onnodig letsel veroorzaakte. De minister baseerde de boete op een rapport van een NVWA-toezichthouder die letsel constateerde bij kuikens in een slachthuis, waarbij het letsel volgens het College is ontstaan tijdens het vangen bij het bedrijf.
Het bedrijf voerde in hoger beroep aan dat het letsel niet overtuigend aan hen kon worden toegerekend, dat de methode van letseltelling onbetrouwbaar was en dat de minister niet bevoegd was omdat het bedrijf niet de vervoerder was. Het College oordeelde dat het vangen een met verplaatsing samenhangende activiteit is waarop de Transportverordening van toepassing is, en dat de minister de juiste wettelijke grondslag hanteerde.
Het College stelde vast dat het rapport van bevindingen op ambtsbelofte is opgesteld en dat de methode voor het vaststellen van vangletsel deugdelijk is. De bezwaren tegen de deskundigheid van de toezichthouder en de betrouwbaarheid van de tellingen werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat het letsel niet tijdens transport of slacht is ontstaan, maar bij het vangen. De overschrijding van de beslistermijn leidde niet tot matiging van de boete.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €1.500,- is bevestigd.