Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2024 op de hoger beroepen van:
[naam 1] B.V. ( [naam 1] ),
De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
10. De rechtbank is van oordeel dat DNB op basis van het [in artikel 3 van Pro het Algemeen boetetoemetingsbeleid DNB neergelegde, toevoeging door het College] stappenplan de hoogte van de boetes juist heeft vastgesteld.
11.2 […] De omstandigheid dat de verplichte auditfunctie onder het oude regime in een regeling en niet in de wet zelf was opgenomen en toen maar één van de elementen van artikel 10 van Pro de Wtt oud vormde, leidt er niet toe dat onder het oude regime de overtreding van die verplichting minder ernstig was. DNB hoefde op basis van deze omstandigheid dan ook niet de boete te verlagen. […]
€ 71.250,00 wordt verlaagd. De boetes van [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] van ieder apart € 25.000,00 worden met een bedrag van € 1.250,00 tot € 23.750,00 verlaagd. […]”