Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2024 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] ( [naam 1] )
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Procesverloop
Overwegingen
.Echter, [naam 1] heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de gestelde schade het gevolg is van de onrechtmatige besluitvorming. Het College volgt de minister in zijn standpunt dat [naam 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de hypothetische situatie van een juiste fosfaatrechtenvaststelling in 2018, zijn fosfaatrecht in september 2018 zou hebben verkocht. Van belang daarbij is dat [naam 1] zijn fosfaatrecht pas eind oktober 2020 heeft verkocht, terwijl het fosfaatrecht al in het herroepingsbesluit van 13 september 2019 juist was vastgesteld en hij zijn fosfaatrecht dus al veel eerder dan in 2020 en 2021 had kunnen verkopen. De minister heeft er terecht op gewezen dat [naam 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vervreemden van fosfaatrechten in 2018 mogelijk was gelet op zijn bedrijfsvoering. [naam 1] heeft ter zitting zelf aangevoerd dat hij in 2018 een aantal dieren had laten dekken en dat hij voor die dieren fosfaatrechten nodig had. Dat [naam 1] , zoals hij betoogt, het onbenutte deel van het fosfaatrecht in 2018 en 2019 niet heeft verkocht vanwege de onduidelijkheid over fosfaatrecht voor vleesvee, blijkt onvoldoende uit het dossier.