ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Vereiste motivering en toetsing van malusbeslissingen in sociale zekerheidsrecht
De zaak betreft de toetsing van malusbeslissingen opgelegd door bedrijfsverenigingen aan werkgevers op grond van artikel 59i van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Diverse werkgevers waren in beroep gegaan tegen deze beslissingen, die in eerste aanleg uiteenlopende uitspraken opleverden. De Raad bevestigt de gegrondverklaring door rechtbanken Amsterdam en Assen en vernietigt de ongegrondverklaring door rechtbanken Roermond en Rotterdam.
De Raad stelt vast dat malusoplegging geen strafrechtelijke sanctie is, maar een civiele verplichting tot bijdrage in de kosten van arbeidsongeschiktheid. Dit impliceert dat aan de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro, zoals toegang tot de rechter, hoor en wederhoor en een eerlijk proces, moet worden voldaan. Cruciaal is dat de malusbeslissing per individueel geval gemotiveerd moet zijn en niet kan volstaan worden met een verwijzing naar de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering, inclusief medische en arbeidskundige aspecten, en een transparante procedure waarin de werkgever de mogelijkheid krijgt zich te verweren. Tevens wordt het belang van bescherming van de privacy van werknemers onderstreept, waarbij het medisch geheim en de artikelen 8:29 en 8:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belangrijke rol spelen. De Raad wijst op de spanningen tussen privacybescherming en het recht op een eerlijk proces en geeft richtlijnen voor de afweging hiervan.
Daarnaast bespreekt de Raad diverse technische en interpretatieve geschilpunten over de berekening van de malus, het toepasselijke loonjaar, het arbeidsongeschiktheidsrisico en de rol van ziekengeld. Tot slot veroordeelt de Raad de bedrijfsverenigingen in proceskosten en griffierechten en bepaalt dat nieuwe malusbeslissingen aan de gestelde motiveringseisen moeten voldoen.
Uitkomst: De malusbeslissingen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkige toetsing, met bevestiging van eerdere gegrondverklaringen en veroordeling in proceskosten.