ECLI:NL:CRVB:1998:AA8531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot vergoeding wettelijke rente na onrechtmatig besluit herziening WAO-uitkering
Het geschil betreft een herziening van de WAO-uitkering van gedaagde door appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, waarbij de uitkering werd verlaagd en later ingetrokken. Gedaagde stelde dat door het besluit betalingsachterstanden en immateriële schade waren ontstaan en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank had appellant veroordeeld tot vergoeding van extra rente, proceskosten en immateriële schade. Appellant ging in hoger beroep tegen deze veroordeling. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de betalingsachterstand niet door het besluit is veroorzaakt en dat de wettelijke rente de enige schadevergoeding is die verschuldigd is wegens vertraging in betaling volgens artikel 6:119 BW Pro.
De Raad vernietigt de veroordeling tot extra rente en proceskosten en wijst de vordering tot immateriële schadevergoeding af, omdat de registratie bij het BKR onvoldoende is voor aantasting van eer en goede naam. De Raad bepaalt dat de wettelijke rente vanaf 1 mei 1995 verschuldigd is tot volledige voldoening en veroordeelt appellant daartoe. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 mei 1995 en overige schadevergoedingen worden afgewezen.