ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken juridische binding
De Sociale Verzekeringsbank (appellant) wees de aanvraag van gedaagde om kinderbijslag af voor de periode van het tweede kwartaal 1992 tot en met het tweede kwartaal 1994, omdat gedaagde op de peildata niet verzekerd was volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De rechtbank oordeelde echter dat gedaagde vanaf het tweede kwartaal 1992 als ingezetene moest worden beschouwd, ondanks het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, vanwege haar duurzame sociale en economische binding met Nederland.
In hoger beroep handhaafde appellant het standpunt dat de juridische binding ontbrak zolang geen verblijfsvergunning was verleend, en dat de datum van het besluit van de Minister van Justitie leidend is voor het aannemen van juridische binding. De Raad overwoog dat deze beleidsregel niet onrechtmatig is, maar dat het afhankelijk zijn van de duur van de besluitvorming door de Minister van Justitie kan leiden tot onwenselijke resultaten vanuit rechtsgelijkheid en rechtszekerheid.
De Raad stelde vast dat gedaagde sinds 7 maart 1991 in Nederland verbleef, op 11 januari 1992 een gedoogdenaanbod ontving en daarmee materieel gedoogd was. Door haar langdurige verblijf, inburgering en sociale activiteiten van haar kinderen lag het middelpunt van haar maatschappelijk leven in maart 1993 in Nederland. Daarom had zij vanaf 1 april 1993 woonplaats in Nederland in de zin van artikel 3, eerste lid, AKW.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat appellant een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en bepaalt dat gedaagde vanaf 1 april 1993 als ingezetene wordt beschouwd en recht heeft op kinderbijslag.