ECLI:NL:CRVB:2001:AD6321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens plichtsverzuim bij winkeldiefstal
Appellant, een brigadier bij de regiopolitie, is ontslagen wegens plichtsverzuim nadat hij twee paar niet-betaalde panties uit een supermarkt had meegenomen. Dit ontslag is opgelegd door het bestuursorgaan op grond van artikel 77 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, dat werd afgewezen door de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellant dat alleen de strafrechter bevoegd is om schuld vast te stellen en dat het bestuursorgaan niet mocht overgaan tot ontslag zonder strafrechtelijke veroordeling.
De Raad oordeelde dat het tuchtrecht voor ambtenaren een zelfstandig kader vormt, los van het strafrecht, en dat het bestuursorgaan bevoegd is om op basis van een eigen beoordeling disciplinaire maatregelen te treffen. Het bestuursorgaan hoeft niet het oordeel van de strafrechter af te wachten. Ook het gebruik van interne processen-verbaal als bewijsmateriaal door het bestuursorgaan werd als rechtmatig beoordeeld.
De Raad vond het aannemelijk dat appellant de panties bewust meenam en niet geloofwaardig was in zijn verweer. Het psychiatrisch onderzoek toonde geen verminderde toerekeningsvatbaarheid. De opgelegde sanctie, het ontslag, werd als proportioneel en passend gezien vanwege de aantasting van de integriteit en het vertrouwen in het korps. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde vergelijkbare zaak elders speelde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van de politiebrigadier wegens plichtsverzuim wordt bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.