ECLI:NL:CRVB:2002:AE3413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kinderbijslag en proceskostenveroordeling
De Sociale Verzekeringsbank weigerde kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 1998 voor twee kinderen die bij gedaagde waren ondergebracht, omdat gedaagde niet de voogdes was. Na bezwaar handhaafde de bank dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde niet-ontvankelijk en veroordeelde de bank tot betaling van proceskosten.
Gedaagde stelde hoger beroep in tegen deze proceskostenveroordeling. Tijdens de procedure werd duidelijk dat gedaagde vanaf het eerste kwartaal van 1999 in aanmerking kwam voor kinderbijslag voor één kind, omdat zij toen tot voogdes was benoemd. Dit viel echter buiten de reikwijdte van het bestreden besluit dat alleen het derde kwartaal van 1998 betrof.
De Raad oordeelde dat er geen belang meer was bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit en dat de proceskostenveroordeling niet gehandhaafd kon worden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de proceskostenveroordeling betrof, maar voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling aan de Sociale Verzekeringsbank wordt vernietigd en het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.