ECLI:NL:CRVB:2002:AF3068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending kennisgevingsvoorschrift en bevestiging weigering WAO-uitkering
Appellant en zijn echtgenote verhuisden tijdens de procedure bij de rechtbank, maar de rechtbank verstuurde kennisgevingen en de uitspraak naar het oude adres zonder dit te verifiëren bij de gemeentelijke basisadministratie, in strijd met artikel 8:38 Awb Pro. Hierdoor werd de uitspraak pas op correcte wijze bekendgemaakt op 3 november 2000, waarna appellant tijdig hoger beroep instelde.
De Raad oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en inhoudelijk beoordeeld kan worden. Appellant stelde dat de medische beperkingen onvoldoende zijn meegewogen en dat de reductiefactor bij de berekening van de arbeidsongeschiktheid onjuist is toegepast.
De Raad volgt de rechtbank en concludeert dat de beperkingen, inclusief psychische klachten, adequaat zijn meegenomen en dat geen nader psychiatrisch onderzoek nodig is. Ook is de toegepaste reductiefactor van 38/40 correct en in overeenstemming met wet- en regelgeving.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt de gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.