ECLI:NL:CRVB:2009:BI0947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstandsuitkeringen op grond van de WWB, waarbij een toeslag werd toegekend vanwege gedeelde noodzakelijke kosten met een derde persoon. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen stelde na een onderzoek dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en trok de bijstand over een periode van ruim drie jaar in, met terugvordering van de uitkeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelt vast dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding tussen appellanten, omdat de onderlinge zorg gelijkwaardig is verdeeld over drie personen en niet specifiek tussen twee personen, zoals vereist volgens artikel 3, derde lid, WWB.
De Raad beveelt het College nieuwe besluiten te nemen rekening houdend met de feitelijke woonsituatie en de mogelijkheid om de bijstand af te stemmen op een alleenstaande met drie bewoners. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens het ontbreken van een gezamenlijke huishouding en beveelt het College nieuwe besluiten te nemen.