ECLI:NL:CRVB:2004:AR5700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en toepassing reductiefactor bij schatting verdiencapaciteit
Betrokkene, een buschauffeur die zich in december 1999 ziek meldde, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling en bezwaarprocedure handhaafde het Uwv een herziening van de uitkering naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat de reductiefactor bij de schatting van de verdiencapaciteit te hoog was, waardoor de arbeidsongeschiktheidsklasse onjuist was vastgesteld.
In hoger beroep betoogde het Uwv dat de reductiefactor van 0,56 correct was berekend volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en dat hiermee recht werd gedaan aan de deeltijdfuncties en de maximale restverdiencapaciteit. Betrokkene onderschreef het oordeel van de rechtbank over de reductiefactor, maar betwistte de aanvaardbaarheid van twee functies portier.
De Raad oordeelde dat de functies portier op de beoordelingsdatum reëel op de arbeidsmarkt voorkwamen en dat de reductiefactor van 0,56 passend was, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad benadrukte dat de mate van arbeidsongeschiktheid ook op arbeidskundige gronden kan wijzigen zonder dat de beperkingen veranderen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit van het Uwv wordt bevestigd.