ECLI:NL:CRVB:2005:AS2268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht en vermogen
Appellante ontving een bijstandsuitkering over de periode van 1 januari 1994 tot en met 22 december 1997. Naar aanleiding van informatie over het bezit van sieraden en munten, is een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat zij beschikte over een vermogen dat het vrij te laten bescheiden vermogen overtrof.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein trok de uitkering in en vorderde terugbetaling van gemaakte kosten. Appellante voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar zienswijze te geven, en dat de sieraden en munten niet tot haar vermogen behoorden.
De Raad oordeelde dat het gebruik van het bewijsmateriaal toelaatbaar was, dat appellante niet verplicht was gehoord te worden voorafgaand aan het besluit, en dat de sieraden en munten geacht mochten worden tot haar vermogen te behoren. De vrijspraak in het strafrecht deed hieraan geen afbreuk. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht en het bezit van vermogen boven het vrij te laten bedrag.