ECLI:NL:CRVB:2016:2423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- H. van Leeuwen
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als servicemonteur, meldde zich ziek wegens rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en het UWV bevestigde het besluit na aanvullend onderzoek waarbij de beperkingen werden aangescherpt, maar het arbeidsongeschiktheidspercentage bleef onder 35%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische rapporten onzorgvuldig waren en vroeg om een onafhankelijk medisch onderzoek. Hij stelde dat zijn pijnklachten en beperkingen niet voldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies en lonen niet realistisch waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld, dat de medische beoordeling juist was en dat de aangescherpte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hield met de klachten. De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijk medisch onderzoek en bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De stelling dat de lonen in de praktijk lager zijn dan in het systeem gehanteerd, was onvoldoende onderbouwd om het oordeel te wijzigen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.