ECLI:NL:CRVB:2010:BN8827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij sollicitatieplicht WWB
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was aanvankelijk ontheven van zijn sollicitatieplicht. Na medisch advies stelde het College een sollicitatieplicht voor deeltijdfuncties vast, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het College een nieuw besluit nam met een gedeeltelijke sollicitatieplicht. Appellant stelde beroep in tegen dit nieuwe besluit.
Tijdens de procedure stelde het College dat appellant niet had gesolliciteerd en dat er geen afstemming had plaatsgevonden, en dat na 31 mei 2009 een nieuw besluit zou volgen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant geen maatregel werd opgelegd en geen schadevergoeding vorderde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad oordeelt dat appellant geen feitelijk belang heeft bij het beroep, aangezien het besluit van 10 februari 2009 de sollicitatieplicht tot 31 mei 2009 ontheft en na die datum de arbeidsverplichtingen weer volledig gelden. Het College had appellant duidelijk moeten informeren over de situatie na 31 mei 2009, maar liet dit na, waardoor onduidelijkheid ontstond. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.