ECLI:NL:CRVB:2007:BA0858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en terugvordering bijstand in hoger beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Abw en later de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het College een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd geconcludeerd dat appellante en [B.] een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden.
Het College beëindigde de bijstand en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel voor de perioden vóór 8 juni 2001 wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor het hoofdverblijf van [B.] bij appellante.
Voor de perioden vanaf 8 juni 2001 is wel sprake van gezamenlijke huishouding, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd zijn. Het College moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
De Raad benadrukt dat het strafrechtelijke vrijspraak van valsheid in geschrifte geen invloed heeft op de bestuursrechtelijke beoordeling van de bijstand. Het besluit van het College is deels vernietigd en deels bevestigd, met een nieuwe terugvorderingsprocedure als gevolg.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand vernietigd voor perioden vóór 8 juni 2001 en bevestigd voor latere perioden met nieuwe terugvorderingsbesluit.