ECLI:NL:CRVB:2007:BA1857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende buitenlandse woonplaats niet gegrond verklaard
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis trok deze bijstand in vanwege het vermoeden dat zij woonplaats had in Antwerpen, België. Dit leidde tot een terugvordering van de bijstandskosten.
De Sociale Recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief dossieronderzoek, huisbezoek, getuigenverklaringen en een politieonderzoek in Antwerpen. Het College baseerde haar besluit op het vermoeden dat appellante vanaf 1 september 2003 niet meer in Nederland woonde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende zijn om te concluderen dat appellante woonplaats had in Antwerpen. De Raad hecht geen waarde aan een ambtelijk verslag dat niet in het dossier zit en waartegen appellante zich niet adequaat kon verweren. Ook de verklaringen van buurtbewoners zijn niet doorslaggevend en het waterverbruik en huisbezoek ondersteunen het standpunt dat appellante wel degelijk op het opgegeven adres verbleef.
De Raad vernietigt het besluit van 8 maart 2005 en herroept het besluit van 28 september 2004. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van buitenlandse woonplaats.