ECLI:NL:CRVB:2007:BB7852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.M. van Male
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluiten bijstandsuitkering wegens onjuiste vermogensgrens en aannemelijkheid sparen
Appellante ontving bijstand sinds 1980 en werd door het College onderzocht na informatie van de Belastingdienst over een vermogen van €24.076 op 31 december 2002. Het College concludeerde dat appellante een te hoog vermogen had en introk de bijstand over 1 januari 2003 tot 10 januari 2005, met terugvordering van €26.378,71.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond omdat het College een onjuiste vermogensgrens hanteerde (31 december 2002 in plaats van 1 januari 2003). De rechtbank verwierp echter het standpunt van appellante dat het vermogen was opgebouwd door sparen uit bijstand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders dan de rechtbank en het College. De Raad vindt dat appellante voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar vermogen is gevormd door langdurig sparen uit haar bijstandsuitkering, mede op grond van gedetailleerde overzichten en een geloofwaardige verklaring. Het College had onvoldoende gemotiveerd waarom dit niet aannemelijk zou zijn.
De Raad vernietigt de besluiten van 28 juli 2005 en 19 september 2006, herroept het besluit van 1 februari 2005 en veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten van €644 en het griffierecht van €105. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd, behoudens de kostenvergoedingen.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.