ECLI:NL:CRVB:2008:BD1320
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidszaak
Appellante, een Nederlandse burger die sinds 1987 in Spanje woont, diende in 1999 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen vanwege niet voldoen aan de territorialiteitseis. Na diverse procedures en een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, werden nadere besluiten genomen die tegemoet kwamen aan de verzoeken van appellante.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante ondanks de toegekende voorzieningen nog procesbelang had vanwege de lange duur van de procedure. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waarbij een deel van de vertraging aan verweerster toe te rekenen was. Hierdoor werd appellante in haar recht op een redelijke termijn belemmerd.
De Raad achtte aannemelijk dat appellante door de lange procedure spanning en frustratie had ondervonden en kende daarom een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe. Tevens werden proceskosten en reiskosten aan appellante vergoed. Het bestreden besluit van 28 december 2001 werd vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van 28 december 2001 wordt vernietigd en appellante krijgt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.