Uitspraak
de Staat, de Minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag, door tussenkomst van de Raad voor de Rechtspraak, de Minister,
de inspecteur van de Belastingdienst [C],de inspecteur.
1.Procesverloop
2.Feiten
Ik stel vast dat alleen tussen het moment van het motiveren van het bezaarschrift en de eerste hier opvolgende handeling (de uitnodiging voor een hoorgesprek op 3 augustus 2007) een periode van inactiviteit is geweest waarvoor geen verklaring kan worden gegeven. Deze periode is 2 jaar en 5 maanden en is niet aan te merken als een redelijke termijn. Er zijn geen bijzondere omstandigheden, zoals hiervoor bedoeld. Het deel van de onredelijke termijn welke aan het bestuursorgaan te wijten is bedraagt dan 2 jaar en 5 maanden.