ECLI:NL:CRVB:2008:BD6378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Betrokkene was werkzaam als helpende in de zorg en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Het Uwv kende haar een WAO-uitkering toe, die later werd ingetrokken op basis van een arbeidskundige beoordeling die functies aanwees die betrokkene zou kunnen vervullen. De rechtbank vernietigde het arbeidskundige gedeelte van het besluit wegens onvoldoende transparantie en toetsbaarheid, maar liet het overige besluit in stand.
In hoger beroep betoogde betrokkene dat haar beperkingen niet juist waren meegenomen, met name haar rug- en schouderklachten en psychische problemen. Het Uwv stelde dat de motivering in hoger beroep volledig was gegeven en verzocht het besluit in stand te laten. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige motivering onvoldoende was, met name omdat functies werden aangewezen die niet in overeenstemming waren met de beperkingen, zoals het tillen van 10 kg terwijl betrokkene maximaal 5 kg mag tillen.
De Raad vernietigde het gehele bestreden besluit en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen onderstreept.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt volledig vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.