ECLI:NL:CRVB:2008:BD6963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek opzegtermijn WW-uitkering wegens ontbreken nieuw feit
Appellant verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om herziening van eerdere besluiten over de opzegtermijn van zijn WW-uitkering, gebaseerd op een eerdere uitspraak van de Raad die een langere opzegtermijn zou rechtvaardigen. Het Uwv wees dit verzoek af omdat de uitspraak niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt en appellant tijdig bezwaar had kunnen maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de uitspraak van de Raad was gepubliceerd vóór het verstrijken van de bezwaartermijn en dat nieuwe jurisprudentie geen nieuw feit vormt. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze overwegingen en benadrukt dat het beleid van het Uwv inhoudt dat besluiten waartegen geen bezwaar is gemaakt, niet worden herzien.
De Raad wijst erop dat het risico van een onjuiste uitleg van een wettelijk voorschrift bij de betrokkene blijft en dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek wegens ontbreken van een nieuw feit of veranderde omstandigheid.