ECLI:NL:CRVB:2008:BD8525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende toetsbaarheid arbeidskundige grondslag
Betrokkene ontving sinds 6 juli 2004 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Op 18 juli 2005 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) deze uitkering in met ingang van 15 september 2005, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het arbeidskundige deel en vernietigde dat deel van het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt en dat gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. De Raad ging in tegen het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit niet zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was vanwege onvoldoende inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de schatting.
Op basis van de ingebrachte CBBS-gegevens en aanvullende rapporten oordeelde de Raad dat de functies waarop de schatting is gebaseerd, daadwerkelijk geschikt zijn voor betrokkene. De door betrokkene aangevoerde bezwaren werden voldoende weerlegd. De Raad vernietigde het bestreden besluit geheel, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt geheel vernietigd en het beroep gegrond verklaard.