ECLI:NL:CRVB:2008:BD9728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beslist over thuis- of uitwonende status studiefinanciering
Betrokkene volgde sinds 1 september 2004 een opleiding en kreeg studiefinanciering toegekend volgens de norm voor een uitwonende studerende. Appellante wijzigde dit per 25 augustus 2006 en kwalificeerde betrokkene als thuiswonend, waarbij zij de studiefinanciering aanpaste en terugvordering vorderde. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat hij uitwonend was omdat hij een bungalow huurde op het adres van zijn vader, die eigenaar is van een camping.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat ondanks het gedeelde adres er feitelijk geen sprake was van thuiswonen, en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de feitelijke woonsituatie niet relevant is volgens de definitie in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), waaruit volgt dat betrokkene als thuiswonend moet worden aangemerkt omdat hij op hetzelfde adres woont als zijn vader.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de wet onder thuiswonende studerende verstaat degene die op het adres van zijn ouders woont, en dat nuances in de feitelijke woonsituatie niet relevant zijn. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Ook werd geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen.
Uitkomst: Betrokkene wordt aangemerkt als thuiswonende studerende en het beroep wordt ongegrond verklaard.