ECLI:NL:CRVB:2021:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep studiefinanciering: geen toepassing hardheidsclausule bij thuiswonendheid
Betrokkene kreeg vanaf 1 september 2015 studiefinanciering toegekend als uitwonende studente. Na inschrijving op een adres waar zij feitelijk woonde en dat ook in de basisregistratie personen stond geregistreerd, wijzigde de minister de studiefinanciering per 1 mei 2016 naar de norm voor thuiswonenden en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vond dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege de feitelijke zelfstandigheid van haar woonsituatie. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de vaststelling van thuiswonendheid correct is volgens de wetgever en dat het beleid van volledige herziening bij onjuiste toekenning niet kennelijk onredelijk is. De omstandigheden van zelfstandige wooneenheden en eigen huishouding maken geen verschil. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat betrokkene zich correct heeft ingeschreven en geen sprake is van niet-verwijtbaarheid.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.