ECLI:NL:CRVB:2008:BG4603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting bijstand wegens procesbelang appellant
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na het niet verschijnen op een gesprek op 5 december 2005 schortte het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam zijn bijstand op. Appellant werd opgeroepen voor een nieuw gesprek op 12 december 2005, dat niet goed verliep vanwege zijn onbehoorlijk gedrag en het niet beantwoorden van vragen. Het College verlengde de opschorting, maar hief deze op nadat appellant alsnog de gevraagde gegevens verstrekte.
Het College verklaarde het bezwaar van appellant tegen de opschorting niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat volgens haar het bezwaar feitelijk was opgelost door de opheffing van de opschorting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het enkel herstellen van het verzuim en opheffen van de opschorting het procesbelang van appellant niet doet vervallen. Dit zou de effectiviteit van rechtsmiddelen ondermijnen. De Raad vernietigde het besluit van 21 februari 2006 en de uitspraak van de rechtbank, herroept het besluit van 5 december 2005 en herzag het besluit van 16 december 2005. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot opschorting van bijstand wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.