ECLI:NL:CRVB:2008:BG8146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding loondoorbetalingsverplichting na onrechtmatig loonsanctiebesluit UWV
Appellante maakte bezwaar tegen een door het UWV opgelegd loonsanctiebesluit waarbij zij verplicht werd het loon van een werkneemster gedurende vier maanden door te betalen wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen. De rechtbank vernietigde het besluit en het UWV herroept het onrechtmatige besluit, maar wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellante stelde in hoger beroep dat zij schade had geleden doordat zij het loon van de werkneemster ook na het tweede jaar arbeidsongeschiktheid had aangevuld, terwijl dit volgens haar niet verplicht was.
De Raad overwoog dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door het loonsanctiebesluit op te leggen, maar dat niet alle door appellante geclaimde schade aan dit besluit kan worden toegerekend. De loondoorbetalingsverplichting van vier maanden hield slechts een verplichting in tot betaling van 70% van het loon, althans het wettelijk minimumloon. Appellante had echter meer betaald dan dit bedrag, namelijk een volledige aanvulling tot 100% van het loon gedurende een periode die niet door het onrechtmatige besluit werd gedekt.
De Raad bevestigde dat de aanvullende betalingen van appellante na het tweede jaar arbeidsongeschiktheid niet het gevolg waren van het onrechtmatige besluit en dat het causale verband ontbrak. De rechtbank had het beroep van appellante tegen het afwijzingsbesluit van het UWV terecht ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband met het onrechtmatige loonsanctiebesluit.