ECLI:NL:CRVB:2023:342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering en weigering WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit en niet volgemaakte wachttijd
Appellant was werkzaam als applicatiespecialist en meldde zich in januari 2016 ziek met vermoeidheidsklachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe omdat hij destijds niet 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Na medisch en arbeidskundig onderzoek achtte het UWV hem vanaf november 2017 belastbaar voor meer dan 65% van zijn loon, waardoor de Ziektewetuitkering werd beëindigd en een WIA-uitkering werd geweigerd wegens niet volgemaakte wachttijd.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze besluiten en stelde dat zijn beperkingen door vermoeidheidsklachten werden onderschat, met name vanwege de afwezigheid van een urenbeperking en de diagnose CVS. De rechtbank stelde het bezwaar deels in en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin de urenbeperking werd ingetrokken en de diagnose CVS werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant daarop ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de medische informatie van appellant voldoende was meegewogen en dat er geen twijfel bestond aan de medische beoordeling. Ook achtte de Raad de geselecteerde functies passend en concludeerde dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en de weigering van de WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit en niet volgemaakte wachttijd.