ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens niet verlengen arbeidsovereenkomst
Appellante was werkzaam als application lab assistant en creation lab assistant bij haar werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet werd verlengd. Het UWV weigerde haar WW-uitkering omdat zij niet was ingegaan op het aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij door eigen toedoen geen passende arbeid had behouden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV het besluit baseerde op een onjuiste uitleg van artikel 24 van Pro de WW. Volgens de Raad kan sprake zijn van schending van dit artikel alleen indien aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt of indien de werknemer het dienstverband op eigen verzoek beëindigde zonder geldige reden. Omdat het dienstverband van rechtswege eindigde en er geen dringende reden was, is geen sprake van verwijtbare werkloosheid.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalt dat het UWV opnieuw moet beslissen op het bezwaar van appellante, rekening houdend met de juiste wettelijke uitleg. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beslissing.