ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij money transfers naar Nederlandse Antillen
Appellante ontving vanaf juni 2003 een bijstandsuitkering en was tussen december 2001 en mei 2004 betrokken bij acht geldtransacties naar de Nederlandse Antillen ter waarde van €35.675. Het College van B&W Rotterdam trok de bijstand over bepaalde maanden in en vorderde de kosten terug omdat appellante deze transacties niet had gemeld, waarmee zij haar inlichtingenplicht schond.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het MOT-project, een samenwerkingsverband gericht op het bestrijden van uitkeringsfraude en witwassen via ongebruikelijke transacties, en oordeelde dat dit een passend en noodzakelijk middel is. Eventuele indirecte discriminatie jegens Antillianen is objectief gerechtvaardigd vanwege het doel en de gegevens waarop het project is gebaseerd.
De Raad stelde vast dat appellante geen controleerbare gegevens over de hoogte van haar inkomsten had overlegd en dat de omvang van de transacties wijst op op geld waardeerbare arbeid. Hierdoor kon het College het recht op bijstand niet vaststellen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.