ECLI:NL:CRVB:2009:BH4362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht bij money transfers
Betrokkene ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering en verrichtte tussen 2002 en 2005 18 money transfers via haar bankrekening naar het buitenland, waarvoor zij een vergoeding ontving. Zij meldde deze inkomsten niet aan het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond.
Het College trok de bijstand over diverse perioden in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat niet aannemelijk was dat betrokkene met de vergoedingen in haar levensonderhoud kon voorzien en het College onvoldoende had gemotiveerd.
De Raad stelt vast dat betrokkene geen deugdelijke administratie heeft bijgehouden en daarmee het risico heeft genomen dat de omvang van haar inkomsten niet kan worden vastgesteld. Volgens vaste rechtspraak vormt het schenden van de inlichtingenplicht een grond voor intrekking van bijstand indien het recht daarop niet kan worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen en dat het beleid van het College niet onredelijk was. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Het besluit van 3 augustus 2007 wordt eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.