ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij money transfers naar Nederlandse Antillen
Appellante verrichtte in de periode april tot mei 2003 acht money transfers naar de Nederlandse Antillen ter waarde van €31.615,--, zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Hierdoor werd de inlichtingenplicht geschonden, wat leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van de gemaakte kosten.
Het MOT-project, een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie, gemeente Rotterdam en politie, richt zich op bestrijding van uitkeringsfraude en witwassen via ongebruikelijke transacties. Appellante stelde dat het project indirect discrimineert op basis van afkomst, maar de Raad oordeelde dat, zelfs als er sprake was van indirect onderscheid, er een objectieve rechtvaardiging bestaat.
Appellante voerde aan slechts €20 per transactie te hebben ontvangen, maar kon dit niet met controleerbare gegevens onderbouwen. De Raad stelde vast dat de activiteiten van appellante op geld waardeerbare arbeid vormden en dat het College terecht de bijstand introk en kosten terugvorderde. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht door appellante.