ECLI:NL:CRVB:2008:BH5599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens beëindiging verplichte verzekering per 1 januari 2000
Appellante verzocht in juli 2001 om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in Turkije. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was volgens de ANW of Turkse sociale verzekeringswetgeving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat onvoldoende informatie was verstrekt over de beëindiging van de verplichte verzekering per 1 januari 2000 en dat de brief hierover niet volgens het Administratief Akkoord via het juiste kanaal was verzonden. Tevens stelde zij dat de weigering van de uitkering in strijd was met diverse internationale verdragen en het vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelde echter dat de brief niet als een besluit over uitkeringsverlening valt en dat de informatievoorziening adequaat was.
De Raad overwoog dat de beëindiging van de verplichte verzekering niet in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM, het EVRM zelf, het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid, het Europees Verdrag inzake de Rechtspositie van Migrerende Werknemers, de Europese Code inzake Sociale Zekerheid, ILO-conventies, noch met de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije. De regeling is proportioneel en gericht op het verzekeren van ingezetenen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering wegens beëindiging van de verplichte verzekering per 1 januari 2000.