ECLI:NL:CRVB:2009:BK3383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant ontving sinds augustus 2001 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van de Dienst Werk en Inkomen bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, maar dit als postadres gebruikte en elders verbleef. De gemeente trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in, met ingang van 7 februari 2002.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het College verklaarde dit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het besluit op bezwaar zelf. De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door niet volledig en juist te informeren over zijn woonadres.
De Raad oordeelde dat de intrekking van de bijstand terecht was en dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, ondanks dat het formele besluit op bezwaar vernietigd werd. Tevens werd het College veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand met ingang van 7 februari 2002 wordt bevestigd, ondanks vernietiging van het besluit op bezwaar.