ECLI:NL:CRVB:2009:BK7083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toepassing anticumulatie artikel 58 WAZ na drie jaar
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het UWV paste artikel 58 van Pro de WAZ toe om inkomsten uit werkzaamheden van appellant te verrekenen met de uitkering, waarbij anticumulatie werd toegepast over een periode van drie jaar. Na eerdere procedures stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat anticumulatie slechts over een aaneengesloten tijdvak van drie jaar kan plaatsvinden.
Het UWV paste artikel 58 opnieuw Pro toe voor de periode na 20 maart 1999 tot en met 31 december 2000, wat appellant aanvocht. De Raad oordeelde dat na afloop van de eerste driejarige periode geen nieuwe anticumulatieperiode kan aanvangen voor dezelfde werkzaamheden, omdat deze werkzaamheden gelijk zijn aan die voor de eerste periode. Hierdoor is het besluit van 27 augustus 2007 in strijd met artikel 58 van Pro de WAZ genomen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die dit had bevestigd. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant. Hiermee werd bevestigd dat na drie jaar anticumulatie definitief tot schatting moet worden overgegaan en geen nieuwe periode kan starten voor dezelfde arbeid.
Uitkomst: Het besluit van het UWV van 27 augustus 2007 wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 58 WAZ, en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.