ECLI:NL:CRVB:2013:1649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toepassing artikel 58 WAZ na 21 mei 2006
Appellant ontving vanaf 21 mei 2003 een WAZ-uitkering met toepassing van artikel 58 WAZ Pro. Het UWV stelde bij besluit van 12 februari 2010 de uitkering over 1 januari 2006 tot 1 januari 2008 op nihil en handhaafde dit bij besluit van 13 mei 2011. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV artikel 58 langer Pro toepaste dan de dwingendrechtelijke termijn van drie jaar, wat strijdig is met eerdere jurisprudentie. Tevens stelde hij dat hij door zijn accountant geen fiscale keuzes kon maken voor 2006 en 2007.
De Raad oordeelt dat aansluitend op de periode 21 mei 2003 tot 21 mei 2006 geen nieuwe periode aanvangt voor toepassing van artikel 58 WAZ Pro. Omdat de aard van de werkzaamheden gelijk bleef, is het besluit van 12 februari 2010 voor de periode na 21 mei 2006 in strijd met de wet. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over toepassing van artikel 58 WAZ na 21 mei 2006 wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.