ECLI:NL:CRVB:2009:BK8399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering op grond van ANW en internationale verdragen
Appellante, woonachtig in Turkije, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden in april 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de beëindiging van de verplichte verzekering per 1 januari 2000 in strijd was met het vertrouwensbeginsel en internationale verdragsbepalingen, waaronder artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Tevens voerde zij aan dat het Besluit 3/80 en het KB 720 ongerechtvaardigde discriminatie op grond van nationaliteit met zich meebrachten. Verder stelde zij dat haar echtgenoot wel verzekerd was in Turkije en dat zij een Turks nabestaandenpensioen ontving.
De Raad oordeelde dat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was onder de Turkse wetgeving en dat appellante daarom geen aanspraak kon maken op een Nederlandse nabestaandenuitkering op grond van het verdrag tussen Nederland en Turkije. De Raad verwierp de stellingen over schending van het vertrouwensbeginsel en internationale verdragsbepalingen, en stelde dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering een toereikende compensatie vormde. Ook het beroep op het KB 720 bood appellante geen voordeel omdat het overlijden na 1 januari 2006 plaatsvond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.