ECLI:NL:CRVB:2010:BK8936
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen verwijtbare werkloosheid bij beëindiging dienstverband na outplacementtraject
Verzoekster was sinds 2001 in dienst bij een onderwijsinstelling en stemde in 2007 in met beëindiging van haar dienstverband per 1 maart 2008, gekoppeld aan een outplacementtraject. Hoewel zij geen ontslagbrief indiende, verleende de Stichting haar ontslag per genoemde datum met vermelding 'wegens eigen verzoek'.
Het UWV weigerde aanvankelijk een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, maar verklaarde bezwaar gegrond en kende de uitkering toe. De Stichting stelde beroep in en betoogde dat sprake was van ontslag op eigen verzoek, waardoor geen recht op WW-uitkering bestond. De rechtbank oordeelde in haar voordeel, maar de Raad vernietigde deze uitspraak.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het ontslagbesluit in rechte onaantastbaar was, maar dat dit niet uitsloot dat het ontslag niet op verzoek van verzoekster was. Uit de onderhandelingen en verslagen bleek dat het initiatief tot beëindiging bij de Stichting lag vanwege problemen in het functioneren en gezondheidsklachten. Verzoekster had geen schriftelijk ontslagverzoek ingediend en het outplacementtraject was een oplossing vanuit de werkgever.
Daarom was er geen sprake van verwijtbare werkloosheid en werd het beroep van de Stichting ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoekster is niet verwijtbaar werkloos geworden; het beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van rente en proceskosten.