ECLI:NL:CRVB:2010:BK9621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aard werkzaamheden reservist Natres als vrijwilligerswerk of publiekrechtelijke dienstbetrekking voor WW-uitkering
Appellant was werkzaam als medewerker zwembadbeheer en daarnaast als reservist bij het Korps Nationale Reserve (Natres) van het ministerie van Defensie. Tijdens periodes van werkloosheid ontving hij een WW-uitkering, waarbij het UWV de uren die hij als reservist werkte in mindering bracht op zijn uitkering. Appellant stelde dat zijn Natres-werkzaamheden vrijwilligerswerk waren en daarom niet tot korting mochten leiden. Hij voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar andere gevallen waarin Natres-werkzaamheden als vrijwilligerswerk werden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en oordeelde dat appellant in een publiekrechtelijke dienstbetrekking stond als reservist. De Raad bevestigde dat de Natres-uren als verzekeringsplichtige arbeid moeten worden gekort op de WW-uitkering, conform artikel 20 van Pro de WW. Hoewel appellant aanvoerde dat de uren vaak in het weekend op twee dagen werden verricht, waardoor zijn uitkering sterk werd gekort, zag de Raad geen ruimte voor een gunstiger toepassing van de wet.
Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden. Het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV werd ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat het UWV eerdere onjuiste besluiten herhaalt en bevestigt de wettelijke kwalificatie van Natres-werkzaamheden als publiekrechtelijke dienstbetrekking.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de werkzaamheden van appellant als reservist een publiekrechtelijke dienstbetrekking vormen en dat de WW-uitkering terecht wordt gekort volgens de wettelijke regels.