ECLI:NL:CRVB:2010:BL9475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs noodzakelijke kosten verblijf opvanghuis
Appellante, met de Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag tot bijstand ingediend voor de periode vanaf 15 oktober 1999, nadat zij een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht had gekregen. Het College verleende bijstand vanaf 10 oktober 2006, maar wees eerdere perioden af. De rechtbank vernietigde een besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stond centraal of het College ook gehouden was bijstand te verlenen voor de kosten van het verblijf van appellante in een opvanghuis voor vrouwen, het [naam opvanghuis]. Appellante stelde dat zij een schuld had aan de stichting Neos voor een eigen bijdrage van €7.902,51, maar kon dit niet met een overeenkomst of schuldbekentenis aantonen.
De Raad oordeelde dat de verlening van een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht een nieuw feit is, maar dat bijstand slechts moet worden verleend indien de aanvrager aannemelijk maakt dat destijds niet in de noodzakelijke kosten van bestaan werd voorzien. Omdat appellante geen bewijs leverde van een daadwerkelijke schuld en de opvang voorziening bood in onderdak, zakgeld en ziektekostenverzekering, concludeerde de Raad dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over middelen beschikte.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellante heeft geen recht op bijstand voor de kosten van verblijf in het opvanghuis.