Uitspraak
OVERWEGINGEN
G (Wet participatiebudget)
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen het college van burgemeester en wethouders van Wijchen over de terugvordering van een deel van het participatiebudget. De rechtbank Arnhem had het beroep gegrond verklaard en de terugvordering verminderd van €374.977 naar €10.228, omdat het college aanvullende informatie had verstrekt in de bezwaarfase die volgens de rechtbank meegewogen had moeten worden.
De Raad oordeelt dat hij bevoegd is het hoger beroep te behandelen, ondanks dat de Wet participatiebudget (Wpb) aanvankelijk niet in de bijlage van de Beroepswet was opgenomen. De Raad volgt de vaste jurisprudentie dat bij een kennelijk onbedoeld hiaat in de rechtsmachtbepaling en sterke verwantschap met andere wetten de Raad bevoegd blijft.
Inhoudelijk stelt de Raad dat de verantwoording van het participatiebudget volgens het baten-lastenstelsel uiterlijk 15 juli van het volgende jaar moet zijn ingediend en dat het college tijdig en correct heeft verantwoord, maar geen gebruik heeft gemaakt van een herstelmogelijkheid na die datum. De aanvullende accountantsverklaring die pas na het besluit werd overgelegd, kan niet meer worden meegewogen. De Raad bevestigt dat de onzekerheid die de accountant heeft gerapporteerd leidt tot onrechtmatige besteding en daarmee tot terugvordering.
De Raad verwerpt het beroep van het college dat sprake zou zijn van schending van rechtszekerheid en fair play en dat de terugvordering disproportioneel zou zijn. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waarmee de terugvordering van €374.977 wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €374.977 bevestigd.