ECLI:NL:CRVB:2010:BN6709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting vooringenomenheid arbeidsdeskundige
Appellant, voormalig lasser, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd het uitkeringspercentage verlaagd. Appellant stelde bezwaar tegen het besluit, met name tegen een passage in het rapport van de arbeidsdeskundige die hij als vooringenomen betitelde.
Tijdens de bezwaarprocedure werd een heroverweging uitgevoerd door een andere arbeidsdeskundige, die het verlies aan verdienvermogen licht corrigeerde maar tot dezelfde uitkeringsklasse kwam. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. Appellant ging in beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat de bezwaarprocedure niet de juiste fase was voor een heroverweging en dat het bezwaar gegrond had moeten worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag buiten het geding viel en dat het enkele feit dat een heroverweging plaatsvond niet automatisch tot gegrondverklaring van het bezwaar leidt. De rechtbank vond geen bewijs van vooringenomenheid. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat de bezwaarprocedure bij uitstek geschikt is voor het herstellen van zorgvuldigheidsgebreken, waaronder vermeende vooringenomenheid.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van vooringenomenheid en dat het beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.