ECLI:NL:CRVB:2025:87
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na verkeersongeval
Appellante, voorheen hairstylist, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een toetsing in het tweede ziektejaar besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen in passende functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling gebrekkig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, waaronder een postcommotioneel syndroom, hypermobiliteit en psychische klachten.
De Raad volgde de rechtbank en overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, dat appellante geen belemmeringen had ervaren bij het onderbouwen van haar standpunt en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd. Er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 17 mei 2021.