ECLI:NL:CRVB:2010:BO3581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Positieve verplichting tot AWBZ-zorg voor rechtmatig verblijvende minderjarige met autisme
Appellant, een minderjarige met een autistische stoornis en verstandelijke beperking, vroeg AWBZ-zorg aan bij Agis, die dit afwees omdat appellant niet tot de kring der verzekerden van de AWBZ behoort. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat Agis een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst aan internationale verdragen zoals het EVRM en het IVRK.
De Raad stelde vast dat appellant rechtmatig in Nederland verbleef en dat de geïndiceerde zorg noodzakelijk was voor zijn lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. De Raad oordeelde dat het onthouden van deze zorg zijn persoonlijke ontwikkeling onmogelijk maakt en zijn menselijke waardigheid ernstig bedreigt, wat strijdig is met artikel 8 EVRM Pro. Daarom moet artikel 5, tweede lid, van de AWBZ buiten toepassing worden gelaten.
De Raad vernietigde het besluit van 8 mei 2009 en bepaalde dat Agis een nieuw besluit op bezwaar moet nemen en de zorg moet verlenen zoals geïndiceerd door het CIZ. Het hoger beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard. Agis werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van Agis wordt vernietigd en Agis is gehouden de geïndiceerde AWBZ-zorg te verlenen aan appellant.