ECLI:NL:CRVB:2013:CA1027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand en inkomensvoorziening wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand en later een inkomensvoorziening als alleenstaande. Het college trok de bijstand en inkomensvoorziening in en vorderde ten onrechte teveel terug omdat appellante niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met G. De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar de Raad vernietigt het besluit in zijn geheel behalve de proceskostenbeslissing.
De Raad oordeelt dat appellante niet volledig heeft voldaan aan haar inlichtingenplicht door de gezamenlijke huishouding niet correct te melden. Dit rechtvaardigt intrekking van bijstand vanaf 1 mei 2010 en terugvordering over de periodes 1 januari tot 31 maart 2010 en 1 mei tot 30 juni 2010. Echter, het college heeft ten onrechte de inkomensvoorziening ingetrokken met ingang van 1 juli 2010 op grond van het niet melden van de gezamenlijke huishouding, omdat de norm voor alleenstaande ook hier van toepassing is.
De Raad vernietigt het besluit van 3 januari 2011 en het besluit van 28 december 2011 voor zover deze betrekking hebben op intrekking en terugvordering over genoemde periodes, behoudens de inkomensvoorziening vanaf 1 juli 2010. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd, met uitzondering van de inkomensvoorziening vanaf 1 juli 2010.