ECLI:NL:CRVB:2010:BO4405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto teveel betaalde WW-uitkering zonder belangenafweging
Appellant ontving een voorschot op WW-uitkering vanaf 31 augustus 2007, maar het UWV stelde later vast dat hij over de periode 31 augustus 2007 tot en met 31 maart 2008 geen recht had op deze uitkering. Het teveel betaalde bedrag werd bruto teruggevorderd, waarbij appellant bezwaar maakte tegen deze terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat het UWV verplicht is onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen en slechts bij dringende redenen daarvan kan afzien. Ook stelde de rechtbank dat terugvordering bruto plaatsvindt indien het tijdvak fiscaal is afgesloten, wat hier het geval was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de terugvordering ten onrechte bruto plaatsvond en dat het UWV een belangenafweging had moeten maken.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat de WW imperatief bepaalt dat onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden teruggevorderd, zonder ruimte voor belangenafweging zoals in de WWB. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht bruto teveel betaalde WW-uitkering terugvordert zonder belangenafweging.