ECLI:NL:CRVB:2018:3909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde inkomsten
Appellante ontvangt sinds 1 augustus 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 37,68%. Het UWV heeft bij besluit van 30 januari 2014 de uitkering herzien en een bedrag van €13.613,36 bruto teruggevorderd over de periode van 1 september 2011 tot en met 30 november 2013. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard en de rechtbank heeft dit bevestigd.
In hoger beroep stelt appellante dat zij tijdig aan het UWV heeft doorgegeven dat zij inkomsten uit arbeid had en dat de werkgever dit ook had kunnen melden. Tevens voert zij aan dat het UWV fouten heeft gemaakt in de terugvordering en dat de gevolgen hiervan onterecht geheel bij haar worden gelegd. De Raad oordeelt dat appellante niet heeft aangetoond dat zij of haar werkgever het UWV hierover heeft geïnformeerd.
De Raad bevestigt dat het UWV op grond van de Wet WIA gerechtigd is de uitkering te herzien en terug te vorderen indien deze ten onrechte of te hoog is vastgesteld. De terugvordering is terecht gebaseerd op het bruto bedrag omdat de terugvordering betrekking heeft op een afgesloten boekjaar. Dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien zijn niet gebleken. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.